FIOD-inval → Bel: 06-33736187

— Specialisatie

Fiscale geschillen & procedures

Het belastingrecht kent niet alleen regels over de verplichtingen van een belastingplichtige, maar schrijft ook voor hoe de Belastingdienst dient te handelen. Een aanslag of boete die niet op de juiste wijze tot stand is gekomen, of een informatieverzoek dat de grenzen van het formele belastingrecht overschrijdt, biedt aanknopingspunten die in een procedure van doorslaggevend belang kunnen zijn. Een tijdige beoordeling van de rechtspositie is daarom van belang vanaf het moment dat een controle of geschil zich aandient.

De uitkomst van een fiscale procedure wordt in belangrijke mate bepaald door de vraag wie de bewijslast draagt en op welke wijze bewijs is vergaard. Het formele belastingrecht stelt grenzen aan de bevoegdheden van de inspecteur. Aan de wijze waarop een aanslag tot stand mag komen, de termijnen waarbinnen moet worden gehandeld en de informatie die mag worden gevraagd. Die grenzen worden niet altijd gerespecteerd. Een schending van spelregels, of het nu gaat om een onrechtmatig verkregen bewijs, een niet tijdig opgelegde aanslag of een onjuist gemotiveerde boete, kan gevolgen hebben voor de rechtsgeldigheid daarvan. Kennis van die spelregels, en de bereidheid om ze af te dwingen, is wat een goede fiscale procedure van een gemiddelde onderscheidt.

— Fiscale geschillen & procedures

Van controle tot cassatie

Een fiscaal geschil begint vaak bij een boekenonderzoek of een informatieverzoek. Juist in die vroege fase is een beoordeling van de rechtspositie van belang. Welke informatie moet worden verstrekt en welke niet? Stelt de inspecteur vragen die relevant zijn voor de belastingheffing of stelt de inspecteur ‘schuld’ vragen? Deze vragen kunnen spelen voordat een aanslag is opgelegd en de antwoorden daarop bepalen mede de ruimte die in een latere procedure nog bestaat.

Wanneer een naheffingsaanslag, navorderingsaanslag of informatiebeschikking volgt, wordt beoordeeld of deze rechtmatig tot stand is gekomen en of de hoogte ervan houdbaar is. Ook in het geval van een eventueel opgelegde boete. Indien nodig wordt bezwaar gemaakt, gevolgd door beroep bij de rechtbank, hoger beroep bij het gerechtshof en, wanneer de zaak daartoe aanleiding geeft, cassatie bij de Hoge Raad. In elke fase wordt de strategie afgestemd op het dossier en de belangen van de cliënt.

BTW

Geschillen die betrekking hebben op de Omzetbelasting (btw) vragen om kennis van zowel het nationale als het Europese recht. In de praktijk gaat het vaak om de weigering van de aftrek van voorbelasting, de toepassing van het nultarief bij intracommunautaire leveringen of de kwalificatie van prestaties. Een bijzondere categorie vormt de btw-fraude, waaronder btw-carrouselfraude. Ondernemers die, al dan niet bewust, betrokken raken bij fraude in de handelsketen, kunnen worden geconfronteerd met vergaande naheffingen en boetes. De vraag of een ondernemer wist of had moeten weten van de fraude, is dan bepalend en die vraag leent zich voor uitgebreide procedurele en inhoudelijke verweren.